Geschiedenis

Oorsprong van de plaatsnamen Zulte – Olsene – Machelen

Heel wat plaatsnaamkundigen hebben een poging gedaan een verklaring te geven over het ontstaan van onze gemeentenamen.

Sommigen verdedigen de stelling dat zowel Zulte, Olsene en Machelen in verband te brengen zijn met de moerassige bodemgesteldheid van de Leiestreek.
Het meeste krediet nochtans heeft de wetenschappelijke verklaring van Prof. Gysseling:

  • Voor Zulte houdt hij rekening met de oudere schrijfvorm SULTA, een Germaans verzamelwoord voor ‘modderig gebied’.
  • Voor Olsene zoekt hij het ook in het Oudgermaanse Henglinium in de betekenis van ‘helling’ of ‘heuvel’.
  • Voor Machelen gaat hij terug naar het Oudgermaanse Magalium. Machelen betekent voor hem dan zoveel als ‘het machtige dorp’.

Deze verklaring afgeleid uit Oudgermaanse woorden verwekt het vermoeden dat onze drie deelgemeenten ontstaan zijn uit Germaanse nederzettingen (Salische Franken) aan de Leieboorden.
Wij menen te mogen aannemen dat zij de grenzen van deze nederzetting hebben vastgelegd in de loop van de 8e eeuw, omdat hun natuurlijke grenzen (Leie, Gaverbeek, Zaubeek, Olsenebeek, Tichelenbeek) op een Karolingische oorsprong wijzen.

Onze gemeente gesitueerd in het Graafschap Vlaanderen

Voor de Franse Revolutie behoorden Zulte, Olsene en Machelen tot de kasselrij Kortrijk, een staatsrechterlijke gebiedsomschrijving in Vlaanderen.
Deze kasselrijen, 17 in aantal, waren in de 11e eeuw ontstaan op initiatief van Boudewijn V, Graaf van Vlaanderen.
Voor de administratie werd de kasselrij Kortrijk in 5 kantons verdeeld, ‘roeden’ genaamd: namelijk de roede van Harelbeke, Tielt, Deinze, Menen en de Parochies rond Kortrijk.
Onze drie deelgemeenten behoorden tot de roede van Deinze, samen met de parochies Deinze, Astene, Wontergem, Grammene, Petegem en Zeveren.

De annexatie bij de Franse Republiek op 1 oktober 1795 maakte een einde aan deze eeuwenlange bestuurlijke indeling.
Het oude graafschap werd verdeeld in twee departementen, dat van de Leie en dat van de Schelde, met aan het hoofd een prefect, naar Frans model.

Zulte, Olsene en Machelen behoorden tot het Scheldedepartement, waaruit in 1814, onder de Hollandse bezetting de huidige provincie Oost-Vlaanderen is gegroeid.

De feodale structuur

De huidige gemeentegrenzen zijn dezelfde gebleven als de grenzen van de kerkelijke parochies tijdens de Middeleeuwen. Deze dorpsparochies waren wel een eenheid op kerkelijk gebied, maar vormden hoegenaamd geen eenheid in de feodale structuur.

Onze dorpen hadden het uitzicht van een ‘lappendeken’, gevormd door heerlijkheden en leengronden, die van een leenheer releveerden. Indien deze leenheer over justitierechten beschikte dan was hij ‘heer’ van een heerlijkheid.

Was op een heerlijkheid bovendien de parochiekerk gebouwd, dan was deze heerlijkheid de ‘dorpsheerlijkheid’ en de bezitter hiervan veroorloofde zich respectievelijk de titel van ‘Heer van Zulte, Olsene en Machelen’.

A. De dorpsheerlijkheid Zulte

Aanvankelijk noemde deze heerlijkheid ‘Te Lake’, te situeren rond het kasteel van Zulte, waar de vazallen of leenmannen van de heer zetelden voor het afhandelen van ‘Leenzaken’.

De Heer van Zulte was feodale onderdanigheid verschuldigd tegenover de Graaf van Vlaanderen. Dit gebeurde voor het grafelijk leenhof te Oudenaarde en werd ‘De Stenen Man’ genoemd.

Verschillende families waren opeenvolgend bezitter van de heerlijkheid, hetzij door erfenis, huwelijk of aankoop.
Wij vernoemen hier de families Van Heule, Van Uitkerke, Van Komen, Van St.-Omaars, van Moerbeeque, Van Liedekerke, Basta, D’Ennetières, De Beer en Limnander.

Belangrijk valt hier te vermelden dat de heerlijkheid Zulte ruim drie eeuwen (halfweg 13e tot halfweg 16e eeuw) een unie vormde met de dorpsheerlijkheid van Heester.

Buiten de heerlijkheid ‘Te Lake’ vernoemen wij nog enkele belangrijke heerlijkheden op Zulte, zoals ‘ten Dycke’, ‘ter Werft’, ‘ten Heede’, ‘ter Haeghen’, ‘ter Sluizen’, ‘ter Ponten’.

B. De dorpsheerlijkheid Olsene

Deze heerlijkheid kon bogen op een heel uitzonderlijk statuut en werd daarom genoemd ‘vrije-eigen’. Dit betekende: zonder feodale banden tegenover de Graaf van Vlaanderen. Ook waren verscheidene families uit de Vlaamse adel achtereenvolgens bezitter van deze heerlijkheid. Op het einde van de 14e eeuw is Olsene het bezit van de familie ‘van de Sype’. Halfweg de 15e eeuw behoort de heerlijkheid, door aankoop, aan het adellijk geslacht Quevin.

Begin de 16e eeuw is de bekende Vlaamse familie Lanchals de heer van Olsene.
De familie De Kerckhove sluit de rij in de feodale structuur van Olsene. De familie Piers De Raveschoot, verwant met de familie Lanchals heeft nooit de titel gevoerd als ‘heren van Olsene’, maar speelde wel een belangrijke rol in het politieke leven van de gemeente.

C. De dorpsheerlijkheid Machelen

Zoals in Zulte, was deze heerlijkheid ook gehouden aan het grafelijk leenhof ‘De Stenen Man’ te Oudenaarde. Aanvankelijk vormde zij een unie met de dorpsheerlijkheid van Kruishoutem, genoemd Ayshove.

De oudst bekende bezitters waren de heren van Oudenaarde. Zo waren omstreeks het jaar 1000 Arnold I en II bekende heren van Oudenaarde en Machelen. In de 11e en de 12e eeuw dragen de bezitters de familienaam ‘van Machelen’. In de 14e eeuw neemt het huis ‘van Gavere’ het roer in handen en in 1429 staat een Geeraerd van Schoonisse bekend als heer van Machelen.

Deze titel werd nadien gevoerd door verscheidene leden van het oud Brabants geslacht van Jauche van Mastaing. Onder Antoon de Jauche werden in 1523 de heerlijkheden Ayshoven en Machelen gescheiden. Via de families Montmorency, de Meroode en Vilain komt de heerlijkheid Machelen in handen van de familie van der Meere. De erfgenamen van dit geslacht behielden Machelen tot bij het einde van het Ancien Regime (1795).

Naast de dorpsheerlijkheid zijn nog andere heerlijkheden te Machelen bekend, zoals ‘Emsrode te Heede’, ‘Beversluus’, ‘Overmeersch’, ‘Veerdegem’ en nog talrijke enclaves van heerlijkheden waarvan de zetel niet in Machelen gelegen was.

Besluit

Tenslotte kan men nog vermelden dat de drie dorpsheerlijkheden de hoogste justitiegraad hadden. Zij beschikten over een vierschaar of plaatselijke rechtbank, samengesteld uit een baljuw en zeven schepenen. In de parochie was een galg opgericht voor de uitvoering van de doodstraffen.

Onze drie deelgemeenten hebben in het verleden het lot ondergaan van alle parochies in de Leiestreek. Telkens werd ons gewest tussen hamer en aambeeld geplaatst door vreemde legerlegioenen. De Geuzen hebben op het einde van de 16e eeuw hier lelijk huis gehouden. De slechtste tijd was ongetwijfeld in de tweede helft van de 17e eeuw tengevolge van de krijgsverrichtingen tussen de Spaanse en Franse legers. Plunderingen en opeisingen van paarden en levensmiddelen waren alledaagse taferelen.

Oorlogen en ellende zorgden voor de uitdunning van de bevolking. Vooral de jaren 1580 – 1584 doemden als een spookbeeld op toen de bevolking door pestziekte gehalveerd werd. Ook de laatste maanden van het jaar 1694 herhaalde zich deze ellende.

De 18e eeuw kende, in vergelijking met de 17e eeuw, een periode van relatieve rust, die grondig verstoord werd door de annexatie bij Frankrijk (1795). Al onze oude instellingen werden nu vergruizeld om volledig op een nieuw leest geschoeid te worden.

Zowel Zulte, Olsene en Machelen werden opgenomen als autonome gemeenten in de Franse Republiek. Zij hebben deze zelfstandigheid behouden tot 1 januari 1977, toen ze als deelgemeenten in een gefusioneerde entiteit werden samengebracht.